Knitter · kennissessie voor Fay
Achterbinding bij jacquard
Wat er gebeurt met de kleuren die je aan de voorkant niet ziet, en hoe je daar in je ontwerp gebruik van maakt.
Mayer & Cie dubbeljacquard bij de breierij · september 2026
De kern in één zin
Elke kleur die in een rij níet aan de voorkant zit, moet toch ergens heen: los hangen, gevangen worden of meebreien aan de achterkant.
Los hangen
een float: het garen loopt los langs de achterkant
Gevangen worden
een tuck: de naald vangt het garen zonder het door te breien
Meebreien aan de achterkant
de achterbinding: de schijfnaalden breien het garen tot een tweede laag
Woorden die je gaat horen
Twaalf begrippen, in de taal van de breierij
cilinder
cylinder
de ring met verticale naalden die de voorkant breit
schijf
dial / Rippscheibe
de horizontale naalden erboven die de achterkant breien
systeem
feeder
één garentoevoer; de OVJA 1.6 EE heeft er 48
doorgang
feeder pass
één garen langs alle naalden; één rij van jouw beeld kost er evenveel als er garens zijn
toer
course
één horizontale rij steken in de stof
breien / tuck / missen
knit / tuck / miss
de drie dingen die een naald per doorgang kan doen; 2-standen = alleen breien of missen
float
float / Flottung
garen dat los langs de achterkant loopt tussen twee steken
achterbinding
backing / Rückseite
het patroon waarin de schijf de niet-zichtbare garens meebreit
streep
stripe backing
achterkant met een toer per garen: horizontale strepen
birdseye
birdseye / twill
achterkant met de garens om en om per naald: fijn dambord
buisbinding
tubular / net
achterkant als negatief van de voorkant; twee lagen, twee kleuren
doorschijnen
grin-through
achterkantgaren dat tussen de voorkantsteken door te zien is
Hoe de machine je beeld leest
Eén rij in het beeld, één doorgang per garen
In je BMP is één rij pixels één zichtbare toer. De machine breit die rij niet in één keer: elk ingeregen garen krijgt zijn eigen doorgang, en per doorgang breit een naald alleen waar dát garen op de voorkant hoort.
Elke naald breit per rij precies één keer aan de voorkant. Met twee garens zijn dat twee doorgangen per rij; met acht garens acht.
Rekenvoorbeeld: een OVJA 1.6 EE heeft 48 systemen. Met 8 garens zijn dat 48 ÷ 8 = 6 rijen per omwenteling; met 2 garens 24. Met 5 of 7 garens blijven er systemen ongebruikt.
Wat doet het garen op de naalden waar het níet breit? Daar gaat de rest over.
Rij in je ontwerp (8 naalden)
Doorgang 1 · garen A breit alleen hier
Doorgang 2 · garen B breit alleen hier
Samen vormen de twee doorgangen één toer aan de voorkant: precies jouw ontwerprij.
Oplossing 1 · los laten hangen
De float: het garen loopt achterlangs
Waar garen A niet aan de voorkant komt, mist de naald het garen. A loopt dan als losse draad langs de achterkant tot de volgende naald die het wél breit: een float.
In rij 1 loopt A over vijf naalden (2 t/m 6). De lengte van een float is het aantal naalden dat een garen overslaat.
Dit is float-jacquard: enkelbeds, alleen de cilinder. Alle niet-zichtbare garens hangen los aan de achterkant en blijven daar het hele leven van de stof zitten.
breien op de voorkant (cilinder)
float: garen loopt los langs de achterkant
naald 1 → 8
Doorgang 1 · garen A
Doorgang 2 · garen B
Doorgang 3 · garen A
Doorgang 4 · garen B
Voorkant: altijd je ontwerp
Achterkant: losse draden over de steken
Achter elke B-steek loopt de float van A, achter elke A-steek die van B.
Waarom floats een probleem zijn
Lange floats haken, trekken en slijten
8
steken: de floatlengte die jij op de instelkaart als grens opgeeft; bij 12 steken per cm is dat nog geen 7 mm
4–6
naalden: de klassieke vuistregel uit de breitechniek (Spencer) voor een losse float; hangt af van garen, gauge en afhaalspanning
2k−2
doorgangen achter elkaar kan een naald missen bij k kleuren: bij 8 kleuren 14. Mede daarom, en om de breisnelheid, blijft float-jacquard meestal bij 2 of 3 kleuren
Aan de stof
- Losse draden haken achter nagels, nieten en ritsen; glad filamentgaren het snelst
- Floats beperken de rek in de breedte en trekken de stof smaller
- Bij wassen en gebruik kunnen lange floats losraken
- Donkere floats schemeren door lichte voorkanten heen
Aan het ontwerp
- Grote effen vlakken zijn onmogelijk: elke andere kleur zweeft eroverheen
- Hoe meer kleuren, hoe langer ook de verticale floats op één naald
- Voor bekleding die strak gespannen en geniet wordt, is dit geen optie
Oplossing 2 · vangen
De tuck: vangen zonder door te breien
Halverwege de float pakt naald 4 garen A op als tuck (vangsteek): de naald houdt het garen vast, maar breit het niet tot een nieuwe steek. De float is in tweeën gedeeld.
Dit vraagt een machine met 3 standen per naald: breien, tuck en missen. Bij Mayer & Cie is dat een aparte uitvoering (bijvoorbeeld OVJA 1.6 EE 3/2 WT), dus vraag het na.
In jouw BMP-conventie is kleur 8 de tuck en kleur 9 het missen: je kunt dit dus zelf tekenen. Automatisch vastzetten wil je niet (vraag 28).
breien op de voorkant (cilinder)
tuck: garen gevangen, niet doorgebreid
float: garen loopt los langs de achterkant
naald 1 → 8
Doorgang 1 · garen A
Doorgang 2 · garen B
Doorgang 3 · garen A
Doorgang 4 · garen B
Voorkant: altijd je ontwerp
Achterkant: floats, gevangen op naald 4
De float van A is op naald 4 vastgezet: twee korte stukjes in plaats van één lange.
Oplossing 3 · meebreien aan de achterkant
De schijf: een tweede rij naalden voor een tweede laag
Een dubbelbeds machine heeft naast de cilinder (verticale naalden, de voorkant) een schijf met horizontale naalden die naar buiten steken. Die breien een tweede laag: de achterkant.
Op de Mayer & Cie OVJA 1.6 EE worden ook de schijfnaalden elektronisch geselecteerd, naald voor naald. Elk garen dat niet op de voorkant hoort, kan zo aan de achterkant een steek maken in plaats van los te hangen. Tucks zijn dan niet nodig.
Welk patroon die achtersteken vormen, is de achterbinding. De achterkant is een tweede ontwerp, dat de software volgens een regel voor je maakt.
Cilinder
verticale naalden, breien de voorkant (terracotta)
Schijf
horizontale naalden, breien de achterkant (teal)
Achterbinding 1
Streep: elk garen breit een toer achter
Per doorgang breit het garen op de voorkant waar het zichtbaar is, en op alle schijfnaalden. De achterkant wordt een opeenvolging van horizontale strepen: één per garen per rij.
Elke schijfnaald breit per ontwerprij evenveel steken als er garens zijn. De achterkant is dus k keer zo dicht als de voorkant: bij 8 garens acht achtertoeren per rij.
Stevig, mechanisch de eenvoudigste en met veel rek in de breedte. Maar zwaar, en bij 4 of meer garens gaat de achterkant rimpelen als de achtersteek niet korter wordt gezet.
breien op de voorkant (cilinder)
breien op de achterkant (schijf)
naald 1 → 8
Doorgang 1 · garen A
Doorgang 2 · garen B
Doorgang 3 · garen A
Doorgang 4 · garen B
Voorkant: altijd je ontwerp
Achterkant: twee strepen per ontwerprij
Per ontwerprij komen er evenveel achtertoeren bij als er garens zijn: hier twee, bij acht garens acht.
Achterbinding 2
Birdseye: garens om en om op de schijf
Per doorgang breit het garen op de voorkant waar het zichtbaar is, en op om de andere schijfnaald. De volgende rij verspringt dat één naald, zodat de achterkant een fijn dambord van alle garens wordt.
Elke schijfnaald breit per rij de helft van het aantal garens: bij 2 garens één keer, bij 8 garens vier keer. Evenwichtiger en lichter dan streep.
Alle kleuren mengen tot één egale, gespikkelde achterkant. Spencer noemt drie kleuren het optimum; Stoll noemt dezelfde binding twill. Dit is de gangbare keuze voor meerkleurige jacquard.
breien op de voorkant (cilinder)
breien op de achterkant (schijf)
naald 1 → 8
Doorgang 1 · garen A
Doorgang 2 · garen B
Doorgang 3 · garen A
Doorgang 4 · garen B
Voorkant: altijd je ontwerp
Achterkant: fijn dambord van beide garens
Elke schijfnaald breit per ontwerprij één keer; de kleuren wisselen per naald én per rij.
Achterbinding 3
Verticale streep: vaste schijfnaalden per garen
Hetzelfde als birdseye, maar zonder verspringen: garen A breit altijd op de oneven schijfnaalden, garen B altijd op de even. De achterkant toont verticale kolommen per kleur.
Elke schijfnaald breit één keer per rij, welk aantal garens je ook hebt: de lichtste volle achterbinding. Tussen zijn eigen kolommen loopt een garen kort los.
De ladder-rug uit het vlak- en handbreien is anders: álle garens breien achter op dezelfde paar naalden, 1 op de 3 of 5. Lichter en soepeler, maar minder verbonden met de voorkant.
breien op de voorkant (cilinder)
breien op de achterkant (schijf)
naald 1 → 8
Doorgang 1 · garen A
Doorgang 2 · garen B
Doorgang 3 · garen A
Doorgang 4 · garen B
Voorkant: altijd je ontwerp
Achterkant: verticale kolommen per garen
Zelfde schijfnaalden in elke rij: kolommen in plaats van een dambord.
Achterbinding 4
Buisbinding: de achterkant als negatief
Elk garen breit aan de achterkant precies waar het andere garen aan de voorkant zit. Twee lagen die alleen bij een kleurwissel met elkaar verbonden zijn: een buisje of zakje per vlak.
Het zuivere negatief bestaat alleen met twee kleuren: elke naald, voor en achter, breit dan precies één keer per rij. Bij drie of meer garens verdeelt de software de achterkant anders (twill-achtig), en is de stof niet meer een schoon negatief.
Tweezijdig bruikbaar (het negatief zit achterop), zacht en dubbel. Grote effen vlakken worden losse zakken: motieven met veel kleurwisselingen werken het best.
breien op de voorkant (cilinder)
breien op de achterkant (schijf)
naald 1 → 8
Doorgang 1 · garen A
Doorgang 2 · garen B
Doorgang 3 · garen A
Doorgang 4 · garen B
Voorkant: altijd je ontwerp
Achterkant: het negatief van de voorkant
Twee lagen: waar A voor zit, zit B achter. Geen floats, geen tucks.
Wat de keuze met de stof doet
Zes achterkanten naast elkaar
| Achterkant | Kleuren | Schijfsteken per rij | Dikte en gewicht | Achterkant ziet eruit als | Typisch gebruik |
|---|---|---|---|---|---|
| Float (geen) | 2 tot 3 | 0 | dunst, lichtst; smaller | losse draden | kleine dessins, kleding, enkelbeds |
| Tuck-vastzetting | 2 tot 3 | 0 | dun | korte floats met haakjes | kleding; 3-standenmachine nodig |
| Streep | 2 tot 8 | k (één per garen) | dikst, zwaarst; veel rek in de breedte | horizontale strepen per garen | stevige bekleding, matrastijk, dik bovenkleding |
| Birdseye / twill | 2 tot 8, optimum 3 | k ÷ 2 | middel, in balans | fijn dambord van alle garens | meerkleurige jacquard, bekleding |
| Verticale streep / ladder | 2 tot 3 | 1 (ladder: 1/3) | licht, soepel | kolommen per kleur | lichte stoffen; ladder vooral vlakbrei |
| Buis | 2 (zuiver negatief) | 1 | dubbel, zacht, rekbaar | het negatief van de voorkant | tweezijdige stoffen, dekens, kussens |
k = het aantal ingeregen garens. Vuistregel: hoe meer steken de schijf per ontwerprij breit, hoe dikker, zwaarder en stabieler de stof, en hoe meer garen en breitijd elke rij kost.
Vier misverstanden
Wat beginners vaak denken, en hoe het zit
“De machine knipt de floats er wel af.”
Bij gewone jacquard niet: een doorgesneden float laat steken los. Floats blijven zitten, worden gevangen (tuck) of meegebreid (achterbinding). Geschoren jacquard-velours is een apart product op machines met messen.
“Meer kleuren kosten niets, de software regelt het.”
Elk ingeregen garen is een extra doorgang per rij: langzamer, zwaarder (streep) of langere floats (enkelbeds). Acht garens = acht doorgangen per rij, altijd.
“De achterkant zie je toch niet.”
De achterkant bepaalt gewicht, dikte, rek en of de stof vlak ligt. En hij schijnt door: een donkere gespikkelde achterkant onder een lichte voorkant oogt vuil, zeker gespannen op een meubel.
“Jacquard is hetzelfde als intarsia.”
Intarsia breit elk vlak met een eigen draad, zonder floats. Jacquard voert elke kleur over de hele rij mee; daarom is er altijd een float of een achterbinding. Een rondbreimachine kan geen intarsia.
Wat dit voor je ontwerp betekent
Zes gevolgen van de achterbinding voor het beeld
Het aantal garens bepaalt de prijs van elke rij
Elk ingeregen garen kost een doorgang per rij, óók in rijen waar die kleur niet voorkomt: het garen breit dan alleen achter. Beperk het aantal garens per ontwerp, niet per rij.
Een klein accent bespaart geen garen
Met birdseye breit elk garen ook de achterkant mee. In een studie op een vlakbreimachine gebruikte een accentkleur op 10% van de voorkant nog altijd ruim een derde van het garen.
Losse pixels bestaan niet
Eén pixel is één steek van nog geen millimeter; hij verdwijnt tussen de buursteken. Houd vlakken minstens 2 tot 3 steken groot, lijnen minstens 2 steken breed. Geen dithering.
De achterkant schijnt door
Tussen de voorkantsteken zie je altijd wat achterkant, vooral gespannen. Donkere basiskleuren verdragen dit het best; lichte vlakken boven een donkere mengachterkant ogen vuil. Vraag of een apart, neutraal achterkantgaren kan.
Een pixel is geen vierkant
Een steek is breder dan hoog; achterbinding, aantal garens en de steeklengte die de technicus instelt rekken de rij verschillend op. Meet een gewassen staal per combinatie en teken in die verhouding; anders wordt een cirkel een ellips.
Tuck en missen teken je zelf, de rest niet
Kleur 8 (tuck) en 9 (missen) staan in je BMP; de achterbinding staat er niet in. Die vraag je op de monsterbon en kiest de technicus in de software.
Waar de keuze wordt gemaakt
Van jouw BMP naar de achterkant van de stof
Stap 1
Jij tekent het beeld
Eén rij = één toer, breedte = het naaldaantal (1680 of 2440). Kleuren 0 t/m 7 zijn garens; 8 is tuck en 9 is missen als je die zelf wilt sturen.
Stap 2
Jij vult instelkaart en monsterbon in
Welk garen in welk systeem (per systeem of om en om), en, nieuw: welke achterbinding je wilt en waarom.
Stap 3
De technicus zet om in de software
Mayer's MDS 1 plus (of EAT) maakt van elke rij de doorgangen per garen en bepaalt wat de schijf doet; Mayer schrijft dat floats aan de cilinderzijde automatisch in de achterkant worden verwerkt. Hoe de binding precies gekozen wordt, vraag je de technicus.
Stap 4
De machine breit voor én achter
Cilinder en schijf breien elk garen per doorgang; de achterbinding is het resultaat van de schijfselectie.
Hoe zie je welke achterbinding een staal heeft? Draai hem om. Horizontale strepen per kleur: streep. Een fijn dambord of diagonaal van alle kleuren: birdseye. Kolommen per kleur: verticale streep. Het negatief van de voorkant: buis. Losse draden: float. Tel ook hoeveel achtertoeren er tegenover één voortoer staan: dat is de steekverhouding.
Checklist
Achterbinding in je ontwerp meenemen
Tel de garens in het hele ontwerp: dat is het aantal doorgangen per rij en dus het gewicht en de breitijd.
Bepaal per ontwerp welke achterbinding je wilt (birdseye als je twijfelt) en zet die op de monsterbon.
Bij precies twee kleuren: overweeg buisbinding voor een tweezijdige stof.
Kies de garens met de achterkant in gedachten: de mengkleur van de achterkant schijnt door, zeker gespannen op een meubel.
Geen losse pixels, geen dithering, lijnen minstens 2 steken breed, vlakken minstens 2 tot 3 steken.
Teken in de steekverhouding van een gewassen staal met dezelfde achterbinding en hetzelfde aantal garens.
Gebruik kleur 8 (tuck) en 9 (missen) alleen bewust, en check of de breierij ze honoreert.
Vraag bij elke staal een foto van de achterkant en bewaar die bij het ontwerp.
Wat de nieuwe software hierin doet
Knitter rekent de doorgangen en de achterkant voor je uit
Telt garens en doorgangen
Per ontwerp en per rij: hoeveel garens, dus hoeveel doorgangen, dus een schatting van gewicht en breitijd. Waarschuwt als een rij meer kleuren heeft dan de machine systemen.
Controleert floats op de ring
Meet elke float per garen, ook over de rand van het bestand heen (de rij is een ring), en meldt alles boven jouw grens van 8 steken. Repareert niets ongevraagd.
Achterbinding als instelling
In het machineprofiel kies je streep, birdseye, verticale streep, buis of geen. De preview laat de achterkant zien en gebruikt de steekverhouding uit de gemeten staal.
Schrijft de instelkaart mee
Kleur naar garen naar systeem, afmetingen, achterbinding en floatgrens in de vorm die de breierij gewend is, naast de BMP.
Om na te vragen bij de breierij
Zes vragen die de achterbinding concreet maken
1
Welke achterbinding gebruiken jullie standaard voor mijn ontwerpen, en welke andere kan deze machine (streep, birdseye, verticale streep, buis)?
2
Selecteren de cilindernaalden in 2 of 3 standen: kan de machine tucken, en gebruiken jullie kleur 8 en 9 uit mijn BMP?
3
Kost een garen dat in een rij niet voorkomt toch een doorgang, of kunnen jullie per ontwerp met minder systemen breien?
4
In welke software maken jullie het machinebestand (EAT, Mayer MDS 1 plus, allebei), en mag ik meekijken als een BMP wordt ingeladen?
5
Kan ik van eerdere stalen de achterkant zien, met de bijbehorende instelling en de gemeten steken en toeren per cm?
6
Wat verandert er in gewicht en steekverhouding tussen streep en birdseye bij Nm 28 en Nm 32?
Verder lezen
Bronnen achter deze presentatie
Spencer, Knitting Technology (3e druk)
hoofdstuk 10: jacquard, achterbindingen op cilinder en schijf, floatregels
https://www.sciencedirect.com/book/9781855733336/knitting-technology
Mayer & Cie, OVJA 1.6 EE
elektronische selectie in cilinder en schijf; matrastijk, spreien, kussenstof; MDS 1 plus
https://www.mayercie.com/en/products/circular-knitting-machines/
Stoll CKC gebruikersgids: jacquard float, twill, net
vlakbrei, maar de helderste uitleg van float, twill (birdseye) en net (buis)
CottonWorks, Knit fabric: jacquard
enkel- versus dubbelbeds jacquard, 'three feeds to make one visible course', birdseye-achterkant
https://www.cottonworks.com/en/topics/sourcing-manufacturing/fabric-technology/knit-fabric/
O!Jolly, Revisiting double jacquard (2024)
foto's van streep- en birdseye-achterkanten, rimpelen bij 4+ kleuren
https://www.ojolly.net/knitting/2024/revisiting-double-jacquard
Knitup 101, Mastering jacquard
vuistregels uit de vlakbrei-praktijk: weinig kleuren, donkere basiskleuren tegen doorschijnen
Octrooi EP1975294B2
vastzetten van floats op de schijf bij grote dessins (matrastijk)
Onderzoeksrapporten Knitter fase 0
beeld-naar-steek, machines en BMP-conventies (map docs/onderzoek)
docs/onderzoek/rapport-beeld-naar-steek.md
Om te onthouden
De achterkant is een tweede ontwerp. Vanaf nu vraag je erom, in plaats van hem te laten gebeuren.
Knitter · kennissessie achterbinding · september 2026